Een centrale plaats in de gestalttheorie is het begrip 'zelfregulerend vermogen'. Ieder organisme, zowel mens als dier, weet heel goed wat het nodig heeft. Automatisch trekt dat wat je het hardst nodig hebt je aandacht. Als je heel erg honger hebt kun je aan niets anders meer denken dan aan eten. Zo gauw aan deze behoefte is voldaan kan ze naar de achtergrond verdwijnen en kan er een nieuwe behoefte voorgrond worden.
Belangrijk is dus de manier waarop het organisme zijn behoeften bevredigt . Hoe dit gebeurt in plaats van waarom. 'Hoe' richt zich namelijk op het proces. Hoe je jezelf vorm geeft.
Aangezien organisme en omgeving constant in beweging zijn en veranderen (ontwikkelen en groeien) zullen de behoeften steeds veranderen. Een kind heeft een aantal andere behoeften dan een volwassene. Er is dus steeds een bepaalde mate van creativiteit vereist om aan de steeds wisselende behoeften te voldoen. Telkens weer zien we ons gesteld voor nieuwe uitdagingen die een passend antwoord verlangen.
Gestalttherapie gaat niet uit van goed en slecht. Niet van gezond en ziek. Ooit hebben we keuzes gemaakt die ons op dat moment dienden in het leven. Bijvoorbeeld om flink te zijn. Toen was dat misschien een juiste oplossing, maar geldt dat nu nog steeds? Of beperken we ons door onbewust aan deze keuze vast te blijven houden. We zitten vast in beperkende patronen. Door weer bewust te worden welke keuzes ons misschien beperken kunnen we eventueel nieuwe, creatieve oplossingen vinden. Ieder organisme heeft een ingeboren drang om zichzelf te verwezenlijken. Gestalttherapie kan je helpen om je eigen passende antwoorden en uitdagingen te vinden, en zo dichter bij je authentieke gevoelens en verlangens te komen.
Stilstaan en verdiepen
Doorgaande
Gestaltgroep
Je hoeft echt niet eerst grote
persoonlijke problemen te hebben voordat je tijd investeert om
onder enige begeleiding in te zoomen op je leven. Integendeel,
het kan zeker geen kwaad om dat te doen wanneer je (nog) niet
kopje onder dreigt te gaan. Bijvoorbeeld bij een vaag gevoel van
onbevredigdheid of steeds maar aanlopen tegen dezelfde lastige
situaties. Want wie komt er niet af en toe op een dood spoor of
heeft het knagende gevoel dat dingen niet helemaal lekker lopen?
Het kan lonen om je af te vragen hoe dat komt en wat je daaraan
zelf kunt doen. Zijn het tijdelijke moeilijkheden of gaat het om
iets wat eigenlijk al langer om aandacht vraagt, bijvoorbeeld in
je eigen persoonlijkheid, in je relatie, je werk? Het is het
waard die vragen serieus te nemen.
Gestalttherapeuten Sandra Hendriks en
Jan Van Dusschoten bieden een doorgaande groep aan om hiernaar
te kijken en ermee in groepsverband te experimenteren. Want
oefeningen met elkaar kunnen helderheid geven over je eigen
opstelling en levensvisie. Daarbij gaat het niet om snelle
oplossingen, maar om zien en begrijpen.
Van de handdoek…
Jan ‘Ten diepste willen we allemaal dat
ons leven betekenisvol is, op zijn minst voor onszelf. En dat
wordt het pas wanneer we leren mee te gaan met wat zich in ons
leven aandient. En dus ook met wat zich in ons lichaam en ons
gevoel aandient: vaak voelen we van alles, maar laten dat niet
toe of geven er geen uiting aan. We weten niet, of liever
gezegd: niet meer, hoe dat moet. We zoeken naar de handdoek die
al die tijd over onze schouder hangt. Gewaarzijn, een grotere
innerlijke opmerkzaamheid dan we gewend zijn, helpt om die weer
te vinden. In de interactie met elkaar kunnen we oefenen met het
(nieuwe) gebruik ervan.’
… en het experiment
Sandra: ‘Zoeken naar kwaliteit van
contact is voor mij een basisbehoefte en een levensvervulling.
Voor wie eigenlijk niet? Meestal loopt contact mis op
eigenschappen waar je vanaf wilt én die je desondanks in stand
houdt. In de groep willen we zonder te oordelen kijken naar wat
die eigenschappen ons brachten en brengen, en van daaruit zoeken
naar ons verlangen. Niet vanuit angst maar vanuit
nieuwsgierigheid: het leven zien als een experiment en niet als
vast gegeven. Zo kun je vanuit het contact met de ander meer
grond onder je voeten krijgen. Dat is een paradox: wanneer we
meer open durven zijn en vastgeroeste innerlijke structuren
durven loslaten, ontstaat er meer vertrouwen en veiligheid.’
|